Leven in hoop
door ds. Jenno Sijtsma
Wanneer het goed is wat wij aan God vragen, moeten wij volharden in ons gebed, totdat we het hunkerend en uitgeput krijgen. Want God stelt de vervulling van onze wensen juist uit om ons verlangen aan te wakkeren. Vanuit het diepst van ons hart moeten wij smeken om het eeuwig leven: een goed leven hier en het eeuwige leven later. Ja, ook voor een goed leven hier moet u God vragen om ondersteuning van uw wil.
Deze woorden van kerkvader Aurelius Augustinus (354-430) tekenen hem, niet alleen in zijn grote en volhardende geloof, maar tussen de regels door beluisteren we ook de strijd die hij zijn leven lang heeft gevoerd. De strijd tegen de ‘zondige en hartstochtelijke begeerten’, zeker in zijn jonge jaren, maar niet minder de strijd tegen allerlei leringen en beweringen, die in zijn dagen optraden, waarbij met name te denken valt aan het Manicheïsme en het Pelagianisme.
Carthago.
In deze bundel, even fraai als de vorige door Uitgeverij Damon gebonden uitgegeven, staan 17 preken van Augustinus over teksten uit de Brief aan de Romeinen en uit de Brief aan de Korinthiërs. Elf ervan zijn gehouden in Carthago en dat in enkele weken tijds. Augustinus kende Carthago uit de tijd dat hij daar retorica studeerde. In zijn herinnering was het een tijd waar hij bepaald niet met plezier aan terugdacht. Hij schrijft in zijn Belijdenissen dat in Carthago `overal om mij heen de maalstroom van schandelijke minnerijen bruiste’, hij een voorliefde had voor het bijwonen van toneelspelen en zich aansloot bij de Manicheeërs, `hoogmoedig uit het lood geslagen mensen, door en door vleselijk en praatziek’, die hem van de rechte weg afhielden. Augustinus kwam regelmatig naar Carthago en was in de katholieke geloofsgemeenschap een hooggewaardeerde en graag geziene gastpredikant.
Moeilijke preken
Augustinus preekte soms twee keer per dag en hij vraagt veel van de hoorder. In tegenstelling tot andere prekenbundels zijn dit geen `pareltjes van retorica. Een flink aantal ademt een wat gespannen en moeizame sfeer. Er was blijkbaar iets bijzonders aan de hand in de kerkelijke geledingen van Carthago’, aldus de inleiding tot dit boek. Moeilijk zijn het betoog en de uitleg zeker, maar dat heeft ook te maken met de inhoud van de hoofdstukken 7 en 8 van de Brief aan de Romeinen, die menig theoloog hoofdbrekens opleveren. Augustinus spreekt, bij de bespreking van Romeinen 7 : 14 – 25 over `die moeilijke en gevaarlijke passage’. De preken vragen veel energie van hem en vergen een groot concentratievermogen van het publiek. We` leren hem hier kennen als een ijverige gastpredikant, die werkelijk bijstand van boven behoeft om zijn preek tot een goed einde te brengen’.
Augustinus is zich dat zelf ook terdege bewust, vandaar bijvoorbeeld zijn opmerking:”Ik ben aan het woord, maar God onderricht u”. Hij wil met Gods hulp de `donkere passages’ uitleggen, want hij is bang dat hij verkeerd begrepen wordt, `elke keer als uit een brief van Paulus wordt voorgelezen.’ In een preek over 1 Korinthe 6 : 9 – 18, die handelt over de ontucht merkt hij op:” Al is iemand nog zo bot en traag van begrip, het zal duidelijk zijn hoe moeilijk die kwestie is. Maar als de Heer de goedheid heeft om onze goede bedoelingen ook maar enigszins bij te lichten en helderheid te verschaffen, kunnen we er iets zinnigs over zeggen”. Met aan het eind van die preek de woorden:”Het zit zo: de menselijke geest is chronisch verslaafd aan alle lichamelijke, zichtbare, aardse verlangens en genoegens en juist daardoor wordt hij verlaten en in de steek gelaten door de Schepper van het heelal”. Het zijn zonder meer preken die misschien niet altijd even gemakkelijk zijn, maar die aan actualiteit niets hebben ingeboet.
Een woord van lof en dank aan de vertalers, die bij voortduur ons door de vertaling van deze schitterende preken wijzen op de rechte weg en de hoop en het vertrouwen in Christus levend houden.
Leven in hoop,
Aurelius Augustinus
256 pagina’s
Gebonden
Prijs € 32,90





