De Christus van Elqui, een echte schelmenroman
Door ds. Jenno Sijtsma
De hoofdpersoon van dit verhaal is gebaseerd op een figuur die echt in Chili heeft bestaan. Hij, Domingo Zárate Vega leefde in de negentiende eeuw. Hij had zijn moeder beloofd dat hij als een soort rondreizend prediker de mensen het evangelie zou verkondigen en hij hield zijn woord: als een soort nieuwe Christus zwierf hij twintig jaar door het land.
Het verhaal is geschreven door Hernán Rivera Letelier, ook in ons land bekend door het prachtig geschreven De filmvertelster. Zijn vader was een amateurprediker en, zoals Hernán zelf zegt ’ik ben opgegroeid met een bijbel onder mijn hoofdkussen. Niemand anders in Chili kan dit verhaal schrijven, en niet omdat ik de beste zou zijn, maar omdat ik in mijn genen de toon bij mij draag waarop het verhaal verteld moet worden’.
Het verhaal begint ermee dat de prediker in zijn bruine monnikspij met een grote bos ongekamde haren en op zijn zelfgemaakte sandalen een dode mijnwerker tot leven wekt. Hij knielde bij de man neer en tijdens het bidden keek hij zo nu en dag naar de dode man die met gekruiste armen op de borst voor hem lag. Hij voelde zijn hart overslaan, want een dode tot leven wekken was te hoog gegrepen voor hem. Maar toen de man met een diepe zucht zijn ogen opende begreep de prediker dat hij bij de neus was genomen tot grote hilariteit van de vele omstanders.
Aan zelfvertrouwen heeft de prediker geen gebrek. Hij doet zijn bijnaam `de Messias van de armen’ eer aan, want hij rookt en drinkt niet – hooguit een glaasje wijn bij het eten – en is veelal matig met eten. Altijd en overal predikt hij en hij is vooral bekend om zijn zelfbedachte spreuken en zelf gefantaseerde verhalen en predicaties die hij in brochures in een papieren zak bij zich draagt. Er is een groot verlangen in hem om een discipel te vinden die hem trouw volgt en terzijde zal staan. Als hij hoort over Magalena, die in het mijnkamp La Providencia verblijft, kan niemand hem meer tegenhouden en gaat hij de lange eenzame weg door de woestijn naar dat kamp om haar over te halen hem te volgen. `Niets sterkt de geest zo als de stilte van de woestijn’ zo predikt hij en gaat op weg naar het mijnkamp. Hij verdwaalt hopeloos, wordt op het nippertje gered en bereikt alsnog het kamp. Maar alles valt tegen. Het mijnkamp heeft niet voor niets de bijnaam De Luis en als hij er aankomt en vaardig en vriendelijk zijn vergevingsgezinde en blijde boodschap predikt, vindt hij weinig of geen gehoor. Hij verneemt dat Magalena een hoer is, die haar lichaam voor weinig geld verkoopt aan hele series vermoeide mijnwerkers. Maar ze is tegelijk een heilige, met een groot Mariabeeld in haar slaapkamer en de toegewijde verzorgster van de eieren leggende kip Sinforosa. Datzelfde geldt voor Don Anónimo, de gek van de bezem genoemd, die op de grond in haar keukentje slaapt en met zijn emmertje en bezem elke dag de woestijn intrekt om het zand nauwgezet te onderzoeken en alles op te rapen wat de mensen uit de passerende treinen uit de ramen gooien.
De prediker stelt alles in het werk om Magalena over te halen hem te volgen. Hij wordt uit het kamp gezet omdat de mijnwerkers Magalena niet kwijt willen. Onverdroten gaat hij op weg naar de aartsbisschop in Santiago om van hem de zegen en de toestemming tot prediken te ontvangen, maar wordt een station voor de hoofdstad door de politie opgepakt en in een inrichting opgesloten. Jammer voor hem, want hij had gedacht net als Jezus in Jeruzalem een overweldigende ontvangst in Santiago te zullen hebben. Als hij na vijf en een halve maand weer vrijkomt gaat hij opnieuw al predikend op weg naar het mijnkamp in de hoop dat hij Magalena tot andere gedachten kan brengen. Helaas, tevergeefs, want ook zij heeft een gelofte gedaan en die wil ze net als hij houden.
Het is een lichtvoetig, met vaart geschreven boeiend boek, dat zonder meer een echte schelmenroman mag heten, want schelms is de prediker zonder meer.
De christus van Elqui, door Hernán Rivera Letelier
Prijs € 17,95
Aantal pagina’s: 277
Bindwijze: Gebonden





